| Boomgaard |
|
|
In het veenweidegebied werden de hoogstamfruitbomen direct in het grasland geplant. De boomgaard kreeg een beweidingsfunctie. Elke boerderij was in het bezit van een kleine boomgaard en samen met de moestuin kon voldaan worden aan de jaarlijkse behoefte aan groente en fruit. Kenmerkend voor de boomgaard is het gebruik van oude fruitrassen. Bijvoorbeeld: mispel, notarisappel, meikers, moerbei en suikerpeer.
|


